Gisteravond keek ik naar een uitzending van Op1 en in de studio had een gezelschap plaatsgenomen dat bestond uit medici, sportcommentatoren, twee documentairemakers en een oudere heer.
Nadat de medici hun licht hadden laten schijnen over de afnemende curve van het aantal Corona patiënten op de IC en welke voorzichtige conclusies daaraan kunnen worden verbonden, was het tijd voor een blokje sport.
De heren van Bureau Sport deden een voorstel over het heropenen van de voetbalcompetitie in corona-tijd, door een creatief plan voor een penalty competitie. De stemming zat er goed in en er werd vol overtuiging gesproken waarom dit een ‘win-win’ was. Sportcommentatoren, sportredacties, voetbalclubs, sponsors, televisiezenders en de KNVB konden gederfde inkomsten terugdringen en de kijker thuis had eindelijk weer zijn wekelijkse sportmoment op tv of via de livestream.
Niets mis met out-of-the-box ideeën en de bevlogenheid werkte ergens ook aanstekelijk. Echter, voor mij werd tijdens deze televisieuitzending vooral bevestigd dat de coronacrisis nooit meer mag worden vergeleken met de oorlog. Een vergelijk dat afgelopen twee maanden veelal opdook en gisteravond voor eens en voor altijd van tafel werd geveegd met de woorden van de gast die na het voetbalitem aanschoof.
Een oudere heer, die tot dan toe onopvallend op de bank had gezeten, nam nu plaats aan tafel. Deze meneer was samen met documentairemakers Jessica van Tijn en Pamela Sturhoofd uitgenodigd om te spreken over de documentaire Truus’ Children. Het indrukwekkende verhaal van Truus Wijsmuller die vlak voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog, het leven van duizenden Joodse kinderen heeft gered.
De oudere heer bleek een van ‘de kinderen van Truus’ en hij nam de kijker mee terug naar het moment dat hij door het handelen van Truus, nog net de boot had gehaald waarmee hij had kunnen vluchten naar Engeland. Zoekend naar de juiste Nederlandse woorden bracht hij zijn verhaal, afgewisseld met enkele beelden uit de documentaire en een toelichting van de documentairemakers. Heel klein werd verteld over iets heel groots dat voor een naoorlogse generatie nauwelijks is te bevatten.
Voordat het verhaal had kunnen indalen, werd de afronding van het item ingezet door de gespreksleiders. Het was tijd voor nog een blokje sport. Echter, voordat de stoelendans kon plaatsvinden om nieuwe gasten een plek aan tafel te geven, vroeg de oudere heer nog even het woord. Hij wilde heel graag nog een speciale herinnering van de bootreis met ons delen. In vlot Nederlands vertelde hij: ‘Er was niet genoeg eten aan boord. De kinderen kregen koekjes, alleen er zaten wormen in. De kinderen kregen die koekjes ’s nachts, zodat ze de wormen niet zagen. Het was een bijzondere reis.’
Voordat de laatste zin was uitgesproken, werd meneer op zijn rug getikt door iemand van de redactie en werd hij verzocht om plaats te maken voor Formule 1 icoon Jan Lammers. Het tweede blokje sport werd aangekondigd en binnen een paar tellen zaten we van beelden uit WO-II op het circuit van Zandvoort. De kijker werd bediend met spectaculaire naoorlogse fragmenten van de opkomst van de formule 1. Net als bij het item over voetbal, stond het gemis van sport tijdens deze pandemie centraal en vlogen de commerciële belangen en de behoefte van de consument over tafel.
Jan Lammers en Dionne de Graaff lieten hun sportharten spreken en net als de heren van Bureau Sport werkte het bijna aanstekelijk. Bijna, want het item dat tussen de twee blokjes sport was geplaatst, maakte dat ik mijn sporthart even niet de ruimte kon geven. Ik zat nog bij de opmerking over koekjes met wormen en hoe de moed van Truus voor duizenden Joodse kinderen het verschil had kunnen maken tussen leven en dood. Het leed van Corona wil ik niet bagatelliseren, maar Op1 plaatste het gisteravond, onbedoeld of onbewust, -tussen twee blokjes sport- voor mij in perspectief.
Ps. De documentaire Truus’ Children wordt vanavond, 3 mei, om 20.20 uur onder de Nederlandse titel ‘De kinderen van Truus’ in een verkorte versie van 60 minuten uitgezonden op NPO 2

Zo helemaal mee eens, het lijkt er soms op dat het relatieviteitsvermogen van presentatoren op TV nihil is. Bovendien, bij belangrijke zaken die, gepland of niet ter tafel komen, moeten programmamakers de mogelijkheid hebben om uit te lopen.
Dat geeft rust en voorts minder noodzaak om gasten te onderbreken. Dit laatste valt mij vooral op in Buitenhof, tot het onbeleefde aan toe.
Verder: complimenten voor het op papier zetten van je overwegingen en ervaringenin deze Corona tijd!
Dank voor je bijdrage en voor je positieve reactie op mijn blog.