Home » Archieven voor Patricia Wijnen » Pagina 2

Auteur: Patricia Wijnen

Snoepzak

Met het afronden van de meivakantie en het heropenen van de basisscholen, brak er een nieuwe fase aan in de thuisisolatie. Mijn jongens waren verdeeld enthousiast over de parttime terugkeer naar school. De ruimte die er de afgelopen weken was geweest om je eigen tijd in te delen was hen goed bevallen. Het afstandsonderwijs vroeg weliswaar discipline, maar maakte het ook mogelijk om midden op de dag te gaan voetballen, een taart te bakken of lekker lang te lunchen.

Voor de kinderen was de heropening van school dus niet iets waar ze reikhalzend naar uitkeken. Bij mij lag het wat anders. De gedachte dat morgen het huis een uur of zes leeg zou zijn, leidde tot een licht euforisch ‘kind in de snoepwinkel’ gevoel. Vanaf deze week zou ik twee dagen per week tijdens schooltijd weer een huis voor mijzelf hebben en ongestoord kunnen focussen op mijn eigen dingen. Wat zou ik straks als eerste kiezen om te doen? En hoeveel kon ik kiezen voordat de snoepzak vol zou zijn?

Wat aan het begin van de dag nog zo enorm aantrekkelijk had gevoeld, was echter gedurende de ochtend langzaam uitgedoofd. Toen ik vol enthousiasme was begonnen met het denkbeeldig scannen van de schappen om mijn snoepzak te vullen, merkte ik dat ik helemaal geen behoefte had om te gaan scheppen. Waarom haalde ik geen voldoening uit dit bezoekje aan de snoepwinkel?

Het onbestemde gevoel dat in de ochtend was komen opzetten, werd doorbroken met een gezellige lunch. Ik merkte dat ik tijdens het eten meer ontspande en ik vroeg aan mijn jongens hoe zij terugkeken op de afgelopen maanden en wat voor hen het belangrijkste was wat ze hadden geleerd. Mijn oudste zoon zei: ‘Mam, ik vond het fijn om rustig te kunnen werken en ik weet nu beter wat ik moet doen als ik me verveel.’ Mijn jongste zoon zei: ‘Ik vond het leuk om veel samen te zijn en ik heb beter leren voetballen.’

Ik nam hun woorden in mij op en met een glimlach ruimde ik vervolgens de tafel af. De antwoorden reflecteerden mooi wie zij zijn en wat hen beweegt. Het gemis van wat er níet was geweest kreeg niet de aandacht, maar bij allebei stond centraal wat deze periode hen had gebracht. De thuisisolatie, die in het begin onoverkomelijk had geleken, was voor beide jongens een fijne tijd geworden waarin nieuwe dingen waren geleerd en ontdekt.

Terwijl de jongens aan de laatste schoolopdracht van de dag begonnen, werd ik me ervan bewust waarom ik me eerder die dag geen raad had geweten met mijn denkbeeldige snoepwinkel. Ik had helemaal geen behoefte aan dat snoep. Mijn snoepzak bleek onbewust ruim gevuld geraakt met andere smaken: gesprekken voeren waarvoor nooit tijd is, een inkijkje in hoe mijn kinderen leren, de kracht van het loslaten ervaren, meer in het moment zijn en de focus vinden in mijn werk. Deze nieuwe fase had ik kennelijk nodig om dit snoep bewust te gaan consumeren.

Beau, hoe mooi kan het zijn?

Gisteravond was de wekelijkse Corona persconferentie van onze minister-president en de minister van VWS. De restricties die de overheid de burger had opgelegd vanaf 16 maart, waren in de week voorafgaand aan deze persconferentie steeds meer onder druk komen te staan. In het tijdsbestek van een half uur werd door beide sprekers toegelicht wat de stand van zaken was en welke versoepelingen volgens het kabinet verantwoord konden plaatsvinden.

Net zoals bij eerdere persconferenties, waren er ook deze keer groepen en individuen die zich niet gehoord hadden gevoeld en via social media liet de burger van zich horen. Alleen was het allemaal een stuk scherper qua toon. Besluiten werden in twijfel getrokken of als niet consequent bestempeld en de versoepeling voelde duidelijk niet voor iedereen als een volgende stap naar meer ruimte.

Uiteraard was de persconferentie ook onderwerp van gesprek tijdens de verschillende nieuwsprogramma’s en talkshows. Bij Beau werd er platform geboden voor ondernemers die zich onvoldoende gehoord hadden gevoeld en de sfeer aan tafel was allesbehalve positief. De nadruk lag op wat er fout was aan het huidige beleid en wat er níet was versoepeld, in plaats van dat er ook aandacht was voor wat er was bereikt door de samenleving en de ruimte die hierdoor aan de burger kon worden teruggegeven.

Ik luisterde naar de gesprekken en vroeg mij af waarom er voor deze insteek was gekozen. Was het een bewuste keuze of ontstaat dit vanzelf als er meer ruimte komt voor meningen die in de periode ervoor minder sterk vertegenwoordigd waren? Ik werd me er opeens van bewust dat ik in de afgelopen twee maanden veelal naar een talkshow had gekeken waar weliswaar stevige gesprekken hadden plaatsgevonden, maar waar verbinding en reflectie vrijwel altijd de boventoon hadden gevoerd.

Toen Corona zich vanaf medio maart als een ongeleid projectiel over Nederland uitstortte, veranderde de toon van de talkshow. Men was bereid om te luisteren en er was begrip voor het feit dat we niet alle antwoorden hadden. Dit virus kenden we niet en we konden niemand de schuld geven. Het enige wat we konden doen, was onszelf zo goed mogelijk voorbereiden op wat misschien zou komen. Er was begrip voor het gebrek aan specifieke kennis en er was ruimte voor voortschrijdend inzicht.

In de talkshow van Jinek -met terugkerende gasten vanuit de wetenschap, politiek, het MKB en medische beroepen- kwam dit dagelijks heel mooi tot uitdrukking. Het geduld werd op de proef gesteld, antwoorden op prangende vragen bleven dikwijls uit, maar het ‘wij gaan ons hier met z’n allen doorheen slaan’ overheerste.

Nu miste ik, in de talkshow van Beau, die verbinding en het zou te simpel zijn om het toe te schrijven aan de wisseling van de wacht die er bij RTL4 had plaatsgevonden. Beau heeft een andere toon dan Jinek, maar ik kreeg het gevoel dat de fase waarin we ons nu bevinden, veel bepalender was voor wat we zagen gebeuren. Het stadium van accepteren dat er geen schuldige is en het beleid steunen waarin restricties het collectief dienen, lijkt voorbij te zijn.

De impact van Corona, op persoonlijk en economisch vlak, wordt met de dag tastbaarder en dat brengt een andere dynamiek in de discussie. De nieuwe fase, waarin we meer ruimte krijgen van de overheid, brengt met zich mee dat het individuele belang meer de boventoon gaat voeren. Heel begrijpelijk dat de onmacht leidt tot boosheid en andere sterke emoties, maar wat hoop ik dat we blijven investeren in de dialoog.

Ik dacht dat ik gisteravond alleen Jinek miste, maar wat ik vooral miste was een constructieve discussie met ruimte voor verbinding en reflectie. Een talkshow is een prachtig platform voor die dialoog. Zolang we nog niet alles weten, zal er sprake blijven van voortschrijdend inzicht en ik hoop dat we onszelf niet beperken door het voeren van eenzijdige discussies. Kritische geluiden mogen worden gehoord, maar hoe mooi kan het zijn als je via een talkshow dagelijks het geluid van verbinding kunt laten horen. Dé basis om ‘met elkaar’ in plaats van ‘tegen elkaar’ deze crisis te boven te komen.

Koekjes met wormen

Gisteravond keek ik naar een uitzending van Op1 en in de studio had een gezelschap plaatsgenomen dat bestond uit medici, sportcommentatoren, twee documentairemakers en een oudere heer.

Nadat de medici hun licht hadden laten schijnen over de afnemende curve van het aantal Corona patiënten op de IC en welke voorzichtige conclusies daaraan kunnen worden verbonden, was het tijd voor een blokje sport.

De heren van Bureau Sport deden een voorstel over het heropenen van de voetbalcompetitie in corona-tijd, door een creatief plan voor een penalty competitie. De stemming zat er goed in en er werd vol overtuiging gesproken waarom dit een ‘win-win’ was. Sportcommentatoren, sportredacties, voetbalclubs, sponsors, televisiezenders en de KNVB konden gederfde inkomsten terugdringen en de kijker thuis had eindelijk weer zijn wekelijkse sportmoment op tv of via de livestream.

Niets mis met out-of-the-box ideeën en de bevlogenheid werkte ergens ook aanstekelijk. Echter, voor mij werd tijdens deze televisieuitzending vooral bevestigd dat de coronacrisis nooit meer mag worden vergeleken met de oorlog. Een vergelijk dat afgelopen twee maanden veelal opdook en gisteravond voor eens en voor altijd van tafel werd geveegd met de woorden van de gast die na het voetbalitem aanschoof.

Een oudere heer, die tot dan toe onopvallend op de bank had gezeten, nam nu plaats aan tafel. Deze meneer was samen met documentairemakers Jessica van Tijn en Pamela Sturhoofd uitgenodigd om te spreken over de documentaire Truus’ Children. Het indrukwekkende verhaal van Truus Wijsmuller die vlak voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog, het leven van duizenden Joodse kinderen heeft gered.

De oudere heer bleek een van ‘de kinderen van Truus’ en hij nam de kijker mee terug naar het moment dat hij door het handelen van Truus, nog net de boot had gehaald waarmee hij had kunnen vluchten naar Engeland. Zoekend naar de juiste Nederlandse woorden bracht hij zijn verhaal, afgewisseld met enkele beelden uit de documentaire en een toelichting van de documentairemakers. Heel klein werd verteld over iets heel groots dat voor een naoorlogse generatie nauwelijks is te bevatten.

Voordat het verhaal had kunnen indalen, werd de afronding van het item ingezet door de gespreksleiders. Het was tijd voor nog een blokje sport. Echter, voordat de stoelendans kon plaatsvinden om nieuwe gasten een plek aan tafel te geven, vroeg de oudere heer nog even het woord. Hij wilde heel graag nog een speciale herinnering van de bootreis met ons delen. In vlot Nederlands vertelde hij: ‘Er was niet genoeg eten aan boord. De kinderen kregen koekjes, alleen er zaten wormen in. De kinderen kregen die koekjes ’s nachts, zodat ze de wormen niet zagen. Het was een bijzondere reis.’

Voordat de laatste zin was uitgesproken, werd meneer op zijn rug getikt door iemand van de redactie en werd hij verzocht om plaats te maken voor Formule 1 icoon Jan Lammers. Het tweede blokje sport werd aangekondigd en binnen een paar tellen zaten we van beelden uit WO-II op het circuit van Zandvoort. De kijker werd bediend met spectaculaire naoorlogse fragmenten van de opkomst van de formule 1. Net als bij het item over voetbal, stond het gemis van sport tijdens deze pandemie centraal en vlogen de commerciële belangen en de behoefte van de consument over tafel.

Jan Lammers en Dionne de Graaff lieten hun sportharten spreken en net als de heren van Bureau Sport werkte het bijna aanstekelijk. Bijna, want het item dat tussen de twee blokjes sport was geplaatst, maakte dat ik mijn sporthart even niet de ruimte kon geven. Ik zat nog bij de opmerking over koekjes met wormen en hoe de moed van Truus voor duizenden Joodse kinderen het verschil had kunnen maken tussen leven en dood. Het leed van Corona wil ik niet bagatelliseren, maar Op1 plaatste het gisteravond, onbedoeld of onbewust, -tussen twee blokjes sport- voor mij in perspectief.

 

Ps. De documentaire Truus’ Children wordt vanavond, 3 mei, om 20.20 uur onder de Nederlandse titel ‘De kinderen van Truus’ in een verkorte versie van 60 minuten uitgezonden op NPO 2

Pasta Carbonara

Gisteravond zei mijn zoon van 9 jaar: ‘Mama, je weet nooit iets helemaal zeker.’ Deze opmerking, die plaatsvond tussen twee happen pasta Carbonara, zette mij aan het denken.

Terwijl mijn zoon alweer bezig was om met z’n broer de nieuwe tactieken voor een computerspel te bespreken, kwam ik terug met een vraag: ‘Wat doet dat met je als je nooit iets helemaal zeker weet?’ Hij keek mee aan en zei: ‘Soms is het lastig, maar eigenlijk is het vooral fijn.’

Ik nam zijn antwoord in me op en stelde de vraag ook aan mijzelf. Bij mij kwam er niet meteen een antwoord, maar raakte ik meer en meer in de ban van wat hij had gezegd. Waar kwam het vandaan dat mijn zoon dit had opgeworpen en wat betekent het als je nooit iets helemaal zeker weet?

Hoe langer ik erover nadacht, hoe meer vragen zich aandienden. Waarom is het ‘nooit iets helemaal zeker weten’ voor mijn kind vooral fijn en vind ik het meestal lastig? Als ik wist wat ik nu weet, had ik dan andere keuzes gemaakt? Werkt het hebben van zekerheid bevrijdend of is het misschien toch andersom?

Toen zoomde ik uit en ging ik terug naar de tijd dat ik nog kind was en hoe ik toen in het leven stond. Ik was niet bezig met de dag van morgen en alle dagen waren nieuwe kansen. Verkeerde keuzes bestonden niet, hooguit een wat ongemakkelijke situatie als gevolg van een de keuze die was gemaakt. Ik was niet bang om te springen en de val was altijd ondergeschikt aan de sprong.

Heel even was ik terug in de tijd waar gebleekte spijkerbroeken en oversized shirts het modebeeld bepaalden en waar de dagen bestonden uit momenten van school, sport en tijd met vrienden. Met een glimlach dacht ik terug aan toen en er was één woord dat het allemaal samenbracht: onbevangenheid.

Terug naar de opmerking van mijn zoon en het antwoord dat hij gaf. Ik begreep opeens wat hij bedoelde en waarom het voor hem zo voelt. En ik, ik realiseerde me dat bij mij die onbevangenheid al heel lang niet meer de ruimte had gekregen. En terwijl ik mij dat realiseerde, kwam ook meteen het verlangen om dat gevoel terug te krijgen. Niet terug naar toen, maar wel terug naar meer onbevangenheid.

Tijdens deze sociale isolatie kan ik mijzelf uren per dag verliezen in het verslinden van artikelen van wetenschappers en opiniemakers. Vele grafieken, statistieken en overtuigende quotes vliegen over mijn beeldscherm, maar echte antwoorden blijven uit en de ruimte in mijn hoofd wordt alleen maar kleiner.

Juist in de tijd waarin we ons nu begeven, waarin niets zeker is, ben ik ervan overtuigd dat onbevangenheid ruimte gaat geven. Voor mij heeft de opmerking van mijn zoon ertoe geleid dat ik weer in contact ben met onbevangen denken en eindelijk ben gestart met Strategic Pen. Tussen twee happen pasta Carbonara ontving ik onbedoeld een prachtig cadeau.